Website    Concertcommissie                    2017 Koepelkerk-Smilde

Copyright ©   2017   Concertcommissie Koepelkerk-Smilde

Startpagina. Koepelkerk. Orgel. Concerten. Activiteiten. PKN-Smilde. Contact.
De kerk van de destijds hervormde gemeente Hijkersmilde - Kloosterveen, in de volksmond Koepelkerk genoemd, is een typisch voorbeeld van protestantse kerkbouw, gebouwd naar een ontwerp van architect Abraham Martinus Sorg in opdracht van het provinciaal bestuur van Drenthe.
De middeleeuwse kerk, Romaans of Gotisch., werd steeds zo gebouwd dat de kerkgangers met het gezicht naar het Oosten zaten. Daar was het koor, daar was het altaar, daar geschiedde de eucharistie, het voornaamste deel van de rooms katholieke eredienst.
Na de Hervorming zocht men een eigen vorm. De Zuiderkerk in Amsterdam is de eerst kerk, gebouwd voor de hervormde eredienst. De bekende Hendrik de Keijzer was de architect, die daarbij ook de Westerkerk ontwierp. De Noorderkerk tenslotte was een typisch protestantse kerk. Rechtkantig met een doophek rond de kansel en de mogelijkheid om daarbuiten het Heilig Avondmaal (viermaal per jaar) te vieren.
Zo werden in de 17e en 18e eeuw meer kerken gebouwd. Niet de mis, maar de preek was het centrale gebeuren. Zo werd er gezocht naar een heldere, hoge ruimte, waar iedere kerkganger naar de kansel was gekeerd en toch alle mede- gelovigen kon zien. Dit laatste in overeenstemming met de protestantse gemeenschapsidee. Op deze wijze werden in de 17e eeuw onder meer gebouwd de Nieuwe kerk in Den Haag, de Marekerk in Leiden, de Oostkerk in Middelburg en, een beetje dichter in de buurt, de kerk in Blokzijl.
Toen ruim twee eeuwen geleden de behoefte ontstond aan een kerk op het Kloosterveen van Smilde waren deze kerken het voorbeeld waarheen, vooral ook door de druk van afgezanten uit Den Haag, de architect Sorg zich ging richten. Het resultaat was een achtkantige koepelkerk, een koepel van hout, gesteund door vrijstaande pilaren, verbonden door vier galerijen.
Bij nadere beschouwing voldeden ook de koepelkerken niet geheel aan het protestantse ideaal van kerkbouw. Het hoge koepeldak was te zeer het centrale punt, zodat de kansel nog niet de volledige aandacht trok, die een reformatorische kerkdienst nu eenmaal vraagt.
De liturgische beweging in deze eeuw heeft overigens weer andere accenten gelegd. In een koorruimte zijn nu vaak in een aandachtscentrum opgesteld: preekstoel, avondmaalstafel, zetel, doopvont en lessenaar.

Terug naar de zeventiger jaren van de achttiende eeuw. Omstreeks 1770 had de veenkolonie Kloosterveen zich zodanig uitgebreid dat de behoefte zich aandiende om een eigen kerk en predikant te hebben. De kolonisten wendden zich tot de staten van Drenthe om financiële steun voor de verwezenlijking van dit doel.
In eerste instantie werd het verzoek van de hand gewezen, maar toen het in 1778 werd herhaald, had het meer succes. Het moet echter nog twee jaar duren voordat besloten werd dat er voor de mensen van Hijkersmilde en het Kloosterveen een kerk zal worden gebouwd en er ook een "ordinarisleraar" zal worden beroepen.
Korte Geschiedenis
Daar het aantal inwoners in 1778 ongeveer 600 bedroeg, werd vastgesteld dat het een kerk zou worden voor dat aantal, maar - met het oog op de toekomst - zodanig dat deze "sonder zwarigheid ter berging van 800 - 900 soude kunnen worden vergroodt".
Er werden twee architecten aangezocht. Naast Abraham Martinus Sorg ook stadsarchitect J. te Holt van Kampen. Uiteindelijk kreeg Sorg de opdracht, die daarop drie plannen indiende. Twee waren geënt op bekende voorbeelden uit de omgeving, de mooie Gotische kerken van Vries, Rolde en Beilen. Het derde plan werd, na zorgvuldig onderzoek door een commissie uit het gewestelijk bestuur en met inbreng van twee Haagse architecten, uitverkoren, zodat tekeningen en bestek werden opgemaakt voor een ruime achtkantige koepelkerk.
In 1779 werd besloten een lening aan te gaan ten laste van de Lantschap tot een bedrag van f. 40.000,- voor de verwezenlijking van de plannen. Let wel: voor de kerk, pastorie, kosterswoning en dan ook nog een school.
De aanbesteding geschiedde in 1780 en de bouw werd opgedragen aan L. Grevylink, A. Meursinge en T. Sikkens. Onderaannemers waren de timmerlieden Grashuis en Pieters. Op 5 juli 1786 werd de eerste steen gelegd door jonkheer Sigismundus graaf van Heiden, de oudste zoon van de Heer Landdrost van de Lantschap Drenthe.
De eerste tijd ging de bouw voorspoedig, maar dat veranderde toen er moeilijkheden ontstonden tussen de architect en de uitvoerders. Van weerskanten begonnen zich plagerijen voor te doen. In 1780 was de vierde Engelse oorlog uitgebroken, waardoor de handel stil lag en het land door duurte werd geteisterd. De aannemers vreesden dat hun aanneemsom te laag was geweest.
Verschillen in beoordeling tussen architect en aannemers veroorzaakten een geprikkelde stemming. De architect verweet gebruik van minderwaardige materialen en de aannemers klaagden over veranderingen in het bestek.
Zelfs werd de architect beschuldigd van oneerlijkheid. Hij zou materialen voor de kerk gebruikt hebben voor zichzelf. Architect Sorg bouwde namelijk een huis in Assen, waarvan men beweerde dat daarvoor dezelfde steensoort was gebruikt.
Een verzoek van de aannemers om hun naam aan te brengen in of aan het bouwobject werd geweigerd. Toen tengevolge van het geharrewar de kerk in 1784 nog niet klaar was, werd de opzichter gemachtigd het resterende werk op kosten van de aannemers zo spoedig mogelijk te laten uitvoeren.
Pas vier jaar later was de kerk helemaal gereed. Aan de kant van de straat werd een grote steen ingemetseld waarop de namen voorkwamen van de eerste steenlegger, de leden van Gedeputeerde staten en de architect. De namen van de aannemers ontbreken.
In februari 1788 zou de nieuwe kerk ingewijd worden, maar er moesten nog tal van zaken gebeuren. Wolter Hendrik Hofstede, die zoveel bemoeiingen had gehad met alles wat Smilde betrof, betrok ook dat in zijn zorgen en effende de weg.
Algemeen was de bewondering voor deze in haar tijd modieuze achtkantige koepelkerk met open houten achtkantige bekroning, gebouwd in een sobere zuivere Lodewijk XVI-stijl. Ook het interieur oogstte bewondering door zijn smaakvolle uitvoering. Vooral de preekstoel, een van de hoogste in het land, de banken tegenover de kansel en de twee trappen naar de galerijen vielen op.
Ook de forse pilaren, met draagconstructies van galerij en koepel, dragen bij tot een bijzonder geheel. Dit zijn ook de redenen, dat de kerk in 1963 op de lijst van Monumenten is geplaatst.

De oude banken, niet erg fraai (van vurenhout), zijn in januari 1981 uit de kerk verwijderd en vervangen door 40 jaar oude banken (eikenhout). Deze banken (afkomstig uit de Eusebius Kerk te Arnhem) met snijwerk van Bijbelse motieven, doen het erg goed in deze kerk.

Het orgel in deze kerk is van veel jongere datum, nl. uit 1841.
De bouwer van dit mooie instrument was P. van Oeckelen en zonen, die hier volgens deskundigen een van de beste orgels in de provincie bouwde.

Meer informatie over het orgel op onze speciale orgelpagina.